Vrouw in A Sentence

    1

    Als jonge vrouw droomde ze van een leven vol avontuur.

    2

    De dokter is een ervaren vrouw die al jarenlang mensen helpt.

    3

    De machtige vrouw hield een toespraak over gelijkheid en rechtvaardigheid.

    4

    De oude vrouw vertelde verhalen over haar jeugd in het dorp.

    5

    De slimme vrouw ontmaskerde de fraude met een paar scherpe vragen.

    6

    De trotse vrouw leidde haar bedrijf met vastberadenheid en inzicht.

    7

    De vrouw achter de balie gaf me vriendelijk de weg.

    8

    De vrouw bakte een taart.

    9

    De vrouw behaalde een diploma.

    10

    De vrouw bezocht een museum met haar kinderen.

    11

    De vrouw bood haar hulp aan de slachtoffers van de ramp.

    12

    De vrouw bouwde een huis.

    13

    De vrouw componeerde een lied.

    14

    De vrouw creëerde een website.

    15

    De vrouw dacht na over haar leven.

    16

    De vrouw danste in een voorstelling.

    17

    De vrouw deed mee aan een marathon.

    18

    De vrouw des huizes had alles perfect voorbereid voor het feest.

    19

    De vrouw gaf een interview op televisie.

    20

    De vrouw gaf een presentatie over haar onderzoek.

    21

    De vrouw gaf haar kind een warme knuffel.

    22

    De vrouw gaf les aan studenten.

    23

    De vrouw genoot van een kop koffie op het terras.

    24

    De vrouw genoot van haar oude dag.

    25

    De vrouw ging met pensioen.

    26

    De vrouw ging naar de kapper om haar haar te laten knippen.

    27

    De vrouw ging wandelen in het bos met haar hond.

    28

    De vrouw had een sterke mening over de politiek.

    29

    De vrouw herinnerde zich haar jeugd.

    30

    De vrouw hielp andere mensen.

    31

    De vrouw in het schilderij heeft een mysterieuze uitstraling.

    32

    De vrouw klaagde over de hoge prijzen in de supermarkt.

    33

    De vrouw kocht een nieuwe auto.

    34

    De vrouw kookte een heerlijke maaltijd voor haar familie.

    35

    De vrouw las een boek in de zon, vredig en rustig.

    36

    De vrouw leerde een nieuwe taal.

    37

    De vrouw leerde haar dochter fietsen.

    38

    De vrouw leidde een team.

    39

    De vrouw loste een probleem op.

    40

    De vrouw maakte een film.

    41

    De vrouw maakte een schilderij.

    42

    De vrouw maakte sieraden.

    43

    De vrouw met de groene ogen verdween in de menigte.

    44

    De vrouw ontdekte een nieuwe technologie.

    45

    De vrouw ontwierp een kledingcollectie.

    46

    De vrouw ontwikkelde een app.

    47

    De vrouw opende een eigen bedrijf.

    48

    De vrouw organiseerde een evenement.

    49

    De vrouw reisde de wereld rond.

    50

    De vrouw schreef een artikel voor een krant.

    51

    De vrouw schreef een boek en publiceerde het.

    52

    De vrouw schreef een brief aan haar geliefde.

    53

    De vrouw speelde een rol in een toneelstuk.

    54

    De vrouw sprak in het openbaar.

    55

    De vrouw stelde een moeilijke vraag aan de spreker.

    56

    De vrouw studeerde aan de universiteit.

    57

    De vrouw van mijn broer is een getalenteerde kunstenares.

    58

    De vrouw verhuisde naar een ander land.

    59

    De vrouw verontschuldigde zich voor haar gedrag.

    60

    De vrouw vertelde een grappig verhaal aan haar vrienden.

    61

    De vrouw vierde haar verjaardag met een groot feest.

    62

    De vrouw was bang.

    63

    De vrouw was betrokken.

    64

    De vrouw was boos.

    65

    De vrouw was enthousiast.

    66

    De vrouw was gefascineerd.

    67

    De vrouw was geïnteresseerd.

    68

    De vrouw was gelukkig.

    69

    De vrouw was gepassioneerd.

    70

    De vrouw was idealistisch.

    71

    De vrouw was ongeduldig.

    72

    De vrouw was opgewonden.

    73

    De vrouw was optimistisch.

    74

    De vrouw was pessimistisch.

    75

    De vrouw was realistisch.

    76

    De vrouw was spiritueel.

    77

    De vrouw was teleurgesteld.

    78

    De vrouw was toegewijd.

    79

    De vrouw was verbaasd.

    80

    De vrouw was verdrietig.

    81

    De vrouw was verrast.

    82

    De vrouw werd gepromoveerd.

    83

    De vrouw werkte als vrijwilliger in een asiel.

    84

    De vrouw werkte hard om haar doelen te bereiken.

    85

    De vrouw won een prijs.

    86

    De vrouw zocht naar haar kat in de buurt.

    87

    De vrouw zong een lied voor haar kleinkinderen.

    88

    Die dappere vrouw heeft haar gezin gered uit het brandende huis.

    89

    Die jonge vrouw daar, ze lijkt wel een model!

    90

    Die vrouw daar is een expert op het gebied van klimaatverandering.

    91

    Een stille vrouw observeerde alles vanuit een hoekje.

    92

    Een verdachte vrouw slenterde door de donkere straat, haar gezicht verborgen.

    93

    Een zwangere vrouw mag niet blootgesteld worden aan stress.

    94

    Ik zag een vrouw huilen bij het graf van haar man.

    95

    Is die vrouw in de rode jurk niet de directeur van de bank?

    96

    Mijn buurvrouw, een vriendelijke vrouw, bakt de heerlijkste appeltaart.

    97

    Mijn collega is een sterke vrouw die haar mannetje staat.

    98

    Wat een elegante vrouw, ze danst gracieus over de vloer.

    99

    Welke vrouw heeft de Nobelprijs gewonnen dit jaar?

    100

    Zij is niet zomaar een vrouw, ze is een inspiratie voor velen.